De Rattery

Wie zit er nou eigenlijk achter Rattery Rapalje?

Teddy en ik – clubkampioenschap van Swift in 2016

Ik ben Rian, geboren in 1984 (jaja, Chinees sterrenbeeld Rat!). Opgegroeid in Brabant, maar inmiddels al 15 jaar wonend in het mooie Nijmegen.
Ik ben echt een natuurmens. Als kind was ik al altijd bezig met dieren en natuur. Ik heb behalve mijn kudde ratten ook nog twee greyhounds, een aquarium en een tuin en vensterbank volgepropt met van alles wat groeit en bloeit (en liefst ook nog eetbaar is). Met de honden ben ik ook actief bij renvereniging RWR Swift.
Ik ben afgestudeerd als psycholoog in gedragsverandering en heb diverse banen gehad in zorg en welzijn. Ik hou dus ook nog best wel van mensen 😉
Verder hou ik van koken, eten, drinken, spelletjes, goede series, films, muziek en gezelligheid. En ik ben zo iemand die niet gewoon een beetje een hobby kan hebben…

Maar wat is een rattery nou eigenlijk?

Rattery is een Engels woord voor een ‘rattenhouderij’.
Meestal wordt het woord gebruikt om een verantwoorde hobbyfokker aan te duiden.
Er is geen officieel register voor rattery’s of stamboomratten zoals bijvoorbeeld bij honden.
Wel is er enige sociale controle onder mensen die actief zijn op forums en Facebook-groepen over ratten.
In principe kan iedereen zich rattery noemen, maar meestal wordt het gebruikt door fokkers die gericht naar doelen toe werken en inspanningen leveren om zo gezond mogelijke ratjes te fokken, met een goed karakter en mogelijk ook een specifiek uiterlijk, dat aan een standaard voldoet.

Ontstaan van de rattery

Mijn eerste ratten kreeg ik in 1998 of 1999. Ik was een 15-jarige puber, typisch zo’n alternatief/goth/metal meisje en altijd al gek op dieren. Zonder toestemming van mijn ouders heb ik een ratje gekocht in een dierenwinkel, een kooitje had ik nog van mijn gerbils. Gelukkig mocht ik hem houden, snel kwam ik erachter dat één rat geen rat is, dus vriendje erbij (mocht ook niet 😛 ik was best een vervelende puber).

Eigenlijk toch een grotere kooi nodig, dus die kwam er ook, en een derde ratje heeft zich nog aangediend. Mijn ouders waren er echt niet blij mee, dus toen deze ratjes er niet meer waren, toen was het wel echt weer even over.

Maar deze beestjes hebben mijn hart gestolen. Toen ik in 2002 psychologie ging studeren en we een practicum hadden waarbij we ratjes iets moesten aanleren, ging het weer kriebelen en kwamen er twee ratjes op mijn studentenkamer. Dat werden er al snel drie… etc.
Inmiddels had ik ontdekt dat je op internet heel veel informatie kon vinden én veel andere mensen die van ratten houden. Ik werd steeds enthousiaster, leerde leuke mensen kennen die net zo (dieren/)gek waren als ikzelf, en wilde alles over ratten leren wat er te leren valt.
Mijn rattengroepje breidde zich langzaam uit, met ratjes van fokkers en opvangen.

Na een paar jaar kennis en ervaring opdoen, had ik een eigen kijk ontwikkeld op wat ik goed en leuk vond aan een rat. Ik besloot om ratjes te gaan fokken en ben me gaan verdiepen in de fokkers en lijnen die er waren, en zocht contact met mensen waarvan de werkwijze en lijnen me het meest aanspraken – de lijnen met de oudste en gezondste ratten in de stamboom, die ik kon vinden. Ik kreeg twee prachtige fokvrouwtjes en na een jaar plannen, leren en voorbereiden, werd in 2006 mijn eerste nestje geboren onder de naam Rattery Rapalje.

Ceska Mys tentoonstelling in Praag, 2017

Ook na die tijd bleef ik als een spons alles in me opnemen wat maar iets met ratten te maken had, en heb ik lijnen opgebouwd, die nog steeds terug te voeren zijn op mijn eerste nestje in 2006.

Ook mezelf ben ik verder blijven ontwikkelen, sinds 2008 ben ik keurmeester (onafhankelijk, de vereniging waar ik aan verbonden was bestaat niet meer) en keur ik enkele keren per jaar op shows in binnen- en buitenland.

Eigen ratten

Ik heb nu twee groepen eigen ratten, een mannengroep en een vrouwengroep.
Meestal heb ik er rond de 30, ongeveer 10 mannen en 20 vrouwen.
Mijn ratten zijn nog steeds mijn huisdieren: ze hebben allemaal een naam, rittens die ik besluit te houden blijven hier in principe hun hele leven, ook nadat ze hun nestjes hebben gehad, of wanneer ze toch niet fokgeschikt blijken te zijn. Als ze ziek zijn krijgen ze zorg, als het lijden te groot wordt, laat ik ze gaan. Ik sta regelmatig bij de kooien met ze te spelen, al zit echt loslopen er niet meer in met dit aantal. Alleen of in kleine groepjes doen ze wel eens uitstapjes buiten de kooi, gezellig op de schouder als er rattenvisite is bijvoorbeeld.

De ratten leven in ruime kooien met afwisselende inrichting, krijgen een natuurlijke droogvoer mix die ik zelf samenstel, daarnaast veel verse groente, soms vlees/vis/ei, een gevarieerde gezonde voeding.
De kooien van mijn eigen groepen staan in een schuurtje in de tuin. Dit lijkt misschien vervelend, maar is een bewuste keuze. Ik kwam erachter dat ratten het in een huiskamer eigenlijk niet altijd even goed doen, zo krijgen ze bijvoorbeeld wel eens luchtwegproblemen, omdat de lucht erg warm en droog is, vooral wanneer de verwarming aan gaat in de winter.
Ik leerde fokkers kennen in het Verenigd Koninkrijk, waar het vrij normaal was om de rattery in een schuurtje te hebben. Wat bleek; de ratten die ‘buiten’ gehouden werden, waren vaak gezonder dan ratten in de huiskamer! Minder overgewicht, minder luchtwegproblemen, minder melkkliertumoren etc. Jaren geleden besloot ik al: als ik ooit een tuin krijg, dan ga ik mijn ratten wat meer als ‘buitendieren’ houden. In 2016 ben ik verhuisd en was het zo ver. Het was een wat kleiner en eenvoudiger hokje dan waar ik op had gehoopt, maar ik heb eindelijk mijn Rattenschuurtje.
De omstandigheden zijn daar wel ‘harder’: de temperatuur, luchtvochtigheid en licht wisselen meer, ze merken meer van de seizoenen. En eerlijk is eerlijk, ik ben ook niet bepaald een enthousiaste poetser.
De ratten wonen nu een jaar in dit schuurtje en hoewel ze in het begin moesten wennen, merk ik nu duidelijk dat ze fitter en sterker zijn. Hiervoor had ik ze al jaren in een slaapkamer waar de verwarming nooit aan stond en het raam altijd op een kier, waar ik al goede ervaringen mee had.
Ze kunnen heel erg goed tegen kou, krijgen in de winter meer eten, meer nestmateriaal en ze slopen alle hangmatten en bouwen prachtige forten. Een klein kacheltje zorgt dat het niet al te koud wordt.
In de zomer is het wat lastiger, want de temperatuur kan erg snel oplopen als de zon op het platte dak staat. Dit heb ik ondervangen met een oude airco die ik tweedehands op de kop getikt heb. Op de echt warme dagen krijgen ze ook bakjes water en andere middelen om af te koelen. Ze gaan nog steeds met zijn allen op een hoop liggen, dus ik denk dat het wel goed zit 🙂

Ik heb ook nog een kleine rattenkamer in huis, voor de jonkies, logeetjes en eventuele zieken. In noodgevallen zoals een hitte- of koudegolf zouden ook de grote groepen tijdelijk binnen kunnen wonen.

Fokken

Mijn voornaamste doel bij het fokken, is om mezelf van gezonde ratjes te voorzien die ik leuk en mooi vind. Ik heb ideeën over wat ik ‘de ideale rat’ vind en met elke generatie probeer ik daar naartoe te werken.

Ik kies daarvoor fokratten die elkaar aanvullen qua bouw en karakter. Gezondheid is altijd het belangrijkst, er wordt alleen met dieren gefokt die helemaal fit zijn en een geschikte leeftijd en formaat hebben. Ook de gezondheid van de familie houd ik bij met behulp van oa stambomen en contact met eigenaren. Ik beperk het combineren van verschillende kleuren en vermijd specifieke variëteiten die minder gezond zijn.

Minstens even belangrijk als de selectie van de ouderdieren is het opvoeden van de kleintjes. Om zich goed te kunnen ontwikkelen, is het belangrijk dat ze goede voeding en een goede omgeving tot hun beschikking hebben.
Opgroeiende ratjes eten ontzettend veel, dus het is belangrijk dat ze genoeg en gevarieerd voedsel krijgen. Voor de ontwikkeling van spieren en motoriek is het goed dat ze een ruime kooi hebben met veel verrijking. Voor socialisatie worden ze regelmatig opgepakt. Daarbij check ik ook of ze goed groeien en hoe hun karakter is.

Aangezien de ratten gemiddeld zo’n 10 kleintjes krijgen, en ik er zelf 1 tot 4 per nest houd, heb ik meestal wel kleintjes om te herplaatsen. De meeste ratjes worden als huisdier geplaatst. Fokdieren gaan vooral naar bekende fokkers waar ik mee samenwerk, maar soms help ik ook nieuwe fokkers aan dieren om mee te beginnen. Niet alle ratjes in een nest zijn even geschikt om mee verder te fokken, dus ook fokdiertjes voor andere fokkers worden zorgvuldig uitgekozen in overleg.

Professioneel?

Ik krijg regelmatig het compliment dat mijn website er professioneel uitziet.
Hartstikke leuk natuurlijk, dat het overkomt dat ik zorgvuldig bezig ben en veel kennis en ervaring heb.
Maar… Professioneel betekent letterlijk, dat iets je beroep is. En dat is de rattery absoluut niet. Het is een (ok, wel ietwat uit de hand gelopen) hobby. Het doel is niet om geld te verdienen en dat is maar goed ook, want als je de dieren vers en gezond eten wil geven, medische zorg en ruime huisvesting met verrijking biedt, dan kost het houden en fokken van huisdieren meer geld (en tijd) dan het oplevert. De vergoeding die ik voor rittens vraag, is puur om een deel van de kosten te dekken.
Net zoals dat je voor een puppy niet naar een winkel of een grootschalige, commerciële fokker gaat, kun je ook voor kleine huisdieren het best terecht bij een gepassioneerde hobbyist, die fokt op kwaliteiten die je zelf ook belangrijk vindt.